Ik denk maar aan één ding: springen, springen, springen

Iedereen springt op zijn eigen manier

Alleen al in Vlaanderen zijn er tal van jongeren die eruit springen. Letterlijk én figuurlijk. Een schoonspringer, balletdanser, freerunner en skydiver. Stuk voor stuk beoefenen ze een sport waarbij springen centraal staat. Maar wat doet dat springen precies met het lichaam? Wat gebeurt er mentaal tijdens het springen? En is het beoefenen van deze sporten wel zo gezond en veilig als we denken? Wij namen vier fervente sporters onder de loep en pluisden het effect van springen volledig voor je uit.

Een duik in het ondiepe

Falen is geen optie, Bjorn Claes springt zich tot bij de besten

Van op een zekere hoogte de plank afspringen, al je spieren opspannen en genadeloos het water in tuimelen. Bjorn Claes (31) staat op en gaat slapen met zijn grote passie: schoonspringen.

Bjorn Claes is al drie jaar schoonspringer. Daarvoor deed hij aan turnen op hoog niveau, maar hiermee moest hij stoppen door een opeenstapeling van blessures. ‘Het turnen werd me wat te veel. Schoonspringen was dan de perfecte oplossing. De plank reageert heel anders dan de turnmat en het verschil ertussen vind ik geweldig.’

Schoonspringen is ook veel minder belastend voor het lichaam. ‘Ik ken geen enkele andere sport die zo ontspannend werkt. Door schoonspringen voel ik me fit en het geeft me een ongelofelijke kick.’ Zijn hoogste sprong was een rechte sprong vanop 27 meter hoogte. Hij deed ook al een hoeksalto van 10 meter in de lucht. ‘Dat geeft een enorme adrenalinekick’, zegt de Schotenaar.

Springen, springen, springen!

Schoonspringen is zeker geen gemakkelijke sport. ‘Mentaal is het best wel zwaar. Je moet jezelf 100 procent concentreren tijdens elke sprong of het gaat mis.’ Nieuwe sprongen leren brengt ook heel wat stress met zich mee. De schrik om verkeerd te vallen blijft er voor Bjorn altijd inzitten. ‘Het duurt even voor je weet wat je lichaam precies doet en voor je je lichaam volledig onder controle krijgt. Door mijn turngeschiedenis heb ik dit veel sneller onder de knie, omdat het hetzelfde principe is, maar makkelijk zou ik het niet noemen.’ Duiklandingen zijn heel wat moeilijker dan voetlandingen. Claes doet liever voetlandingen door zijn turngeschiedenis waarbij hij altijd op zijn voeten neerkwam. Af en toe moet hij zichzelf verplichten om er ook eens een duiklanding tussen te steken. ‘Natuurlijk is dit puur persoonlijk en is de ene er veel sneller mee weg dan de andere. Dat is bij elke sport zo.’

‘Tijdens de sprong denk ik – raar maar waar – maar aan een ding: springen, springen, springen. Na de opsprong is het: draaien, draaien, draaien.’ Als de opsprong goed is, komt de sprong vanzelf. Maar dan moet de opsprong ook echt wel goed zijn. Echt rustgevend kan je schoonspringen dus niet noemen. ‘Aan de ene kant kom ik er niet volledig door tot rust omdat ik voortdurend aan duizend en een dingen tegelijk moet denken. Maar aan de andere kant heb ik schoonspringen nodig om innerlijk tot rust te komen.’

Zes maanden out

Er is een verschil tussen de adrenaline tijdens een wedstrijd en de adrenaline die vrijkomt tijdens een sprong op een doordeweekse training. ‘Tijdens een wedstrijd ben je constant bezig met hoe jij het doet ten opzichte van andere springers. Tijdens trainingen leer ik nieuwe sprongen en komt de adrenaline er door de schrik om zwaar te crashen.’ Bij een wedstrijd is die adrenaline er niet omdat hij de sprongen door en door kent en crashen dus niet zo vaak voorkomt.

Gemiddeld valt de 31-jarige schoonspringer een keer per training, al is dat zelden met zware gevolgen. Twee jaar geleden was het dan toch prijs en blesseerde hij zich ernstig. Toen brak hij zijn kuitbeen op een droogtraining. ‘Daar leer je de sprongen die je in het zwembad doet, maar dan letterlijk op het droge. We oefenen dus eerst op de trampoline vooraleer we onze sprong in het bad proberen.’ Elke week is er zo’n uurtje droogtraining voorzien. Door de kuitbeenbreuk is de jonge schoonspringer zes maanden uit geweest. ‘Ze moesten me opereren en ik heb veel tijd verspeeld door niets te kunnen doen’, verklaart Bjorn.

Shammie als stressballetje

Om te kalmeren en beter om te gaan met de stress gebruikt GZVN, Bjorn’s club in Genk, een shammie. Dat is een soort van zeemvel dat de schoonspringers gebruiken om zich af te drogen. ‘Het gebeurt regelmatig dat sommigen de shammie door midden scheuren of het oprollen tot een stressballetje en er dan hun stress in uitknijpen’. Zo’n shammie kan mij ook wel kalmeren, al is mijn truc als ik boven op de plank sta simpelweg tot drie tellen. Hierdoor daalt mijn stress en push ik mezelf om te springen.’

Claes wil steeds moeilijkere sprongen uitvoeren en zichzelf tot het uiterste drijven. Hij noemt zichzelf een competitiebeest en wil zo veel mogelijk van zijn rivalen verslaan. Al vindt hij het leukste deel aan schoonspringen het plat op de bek gaan. ‘Gewoon volledig op je bek gaan en compleet afgaan, is echt geweldig. Als er iemand een sprong doet en die mislukt volledig en iedereen weet wat de reden hierachter is, ligt de hele club dubbel van het lachen. Als je faalt, is dat misschien wel het leukste deel aan schoonspringen’, lacht Bjorn.

Zaterdag zwemdag

Zo goed als elke training leert de 31-jarige een nieuwe sprong. Om zo’n sprong volledig onder de knie te hebben, oefent hij gemiddeld tussen een aantal weken tot twee à drie maanden. ‘Soms duurt het zelfs jaren vooraleer ik een sprong volledig kan.’ Claes traint vijf keer per week, aan een gemiddelde van twee uur per training. ‘Op zaterdag zit ik zelfs een hele dag in het zwembad.’

Sinds de kuitbeenbreuk die Claes twee jaar geleden opliep, zit hij geen moment meer stil. ‘Ik heb toen een hele tijd niks kunnen doen en vandaar dat ik nu zoveel mogelijk train en er volledig voor ga.’ Als het van Bjorn afhangt, blijft hij de rest van zijn leven schoonspringen. ‘Ik wil bij de masters horen en bij de besten geraken. Eerder stop ik niet’, zegt Bjorn Claes.

Bjorn Claes weet dus heel goed wat hij wil en gaat er de volle 100 procent voor. Hetzelfde verhaal vinden we bij balletdanser Glenn. Maar is het voor een jongen in een meisjeswereld wel zo makkelijk om er te geraken?

De kunst zit in het springen

Van een wereld vol etiquette springen we naar een sport die in the streets beoefend wordt. De term freerunnen zegt op zich al genoeg. Een groter contrast tussen het strikte ballet en deze ‘vrije’ sport valt er moeilijk te vinden. Maar zijn freerunners wel zo vrij om te doen wat ze willen en hoe zit het met ongeschreven regels?

Ze zijn niet geboren om over straat te wandelen

Zo word je zelf een waaghals:
Freerunning, een sport die door velen niet helemaal begrepen wordt. Nicolas Vanhole is acht jaar professioneel freerunner. Hij legt uit hoe de sport in z’n werk gaat. Collega Jasper Van Oost vertelt over de combinaties van bewegingen. Ze geven beide les in Leuven aan beginnende freerunners. Kijk hier hoe zo’n les verloopt.

‘Peesoverbelastingsletsels komen vaak voor bij springers’ Sportdokter Vanhoudt

Bij springsporters kan er een onderscheid worden gemaakt tussen twee vormen van blessures. De eerste groep zijn de acute letsels of trauma’s waarbij door een verkeerde beweging een bepaalde structuur in een bepaald gewricht wordt geraakt. ‘Bijvoorbeeld ter hoogte van de knie. Heel gevreesd zijn natuurlijk de scheurtjes van de kruisbanden, die binnenin het kniegewricht zitten. Een scheur in de voorste kruisbanden komt veel voor bij springsporters. Als dat gebeurt kan dat een sporter op zijn minst zes maanden aan de kant houden’, zegt sportdokter Vanhoudt.Een tweede groep blessures zijn de overbelastingsletsels. ‘Wanneer een sporter bijvoorbeeld een patellapees – een pees rond de voorkant van de knie – scheurt, duurt de revalidatie maanden. Dit kan zes maanden duren, maar soms duurt het ook veel langer vooraleer de sporter zijn sportactiviteiten kan hernemen. ‘Bekend is hier de scheur in de achillespees. Dat komt heel veel voor in de voetbalwereld.’

Kraakbeenletsels

Van alle letsels zijn kraakbeenletsels de gevaarlijkste letsels omdat ze onomkeerbaar zijn. Men slaagt er nog steeds niet in om ze te genezen. Maar dokters kunnen kraakbeenletsels wel stabiliseren om zo het comfort van een kraakbeenletsel ook te verbeteren. Herstellen kan echter niet.

‘Als er een kraakbeenletsel is, kan de pijn verzacht worden, maar genezen zal het nooit. Hoe groter het trainingsvolume per jaar van een sporter toeneemt, hoe groter de kans op het geleidelijk aan wegebben van het kraakbeen’, vertelt Robin Vanhoudt.

Stabilisatieoefeningen

Gelukkig zijn er wel oplossingen om de pijn draaglijker te maken. Stabilisatieoefeningen zijn daar een goed voorbeeld van. Het doel is de stabiliteit van een gewricht bevorderen.

‘Er zijn veel mensen die een instabiel kniegewricht hebben. Als dat de patiënt een oncomfortabel gevoel bezorgt, kan de patiënt samen met de dokter de spiermassa rond dat gewricht trainen.’ Daarvoor moet de dokter op zoek naar spieronevenwichten binnen een bepaalde regio. Die onevenwichten worden weggewerkt om een gewricht een zo maximaal mogelijk stabiliteit te geven. Dat zijn stabilisatieoefeningen.

Typisch voor springsporters

‘Typische blessures bij springsporten zijn vooral tendinopathieën of peesoverbelastingsletsels. Die letsels komen heel vaak voor omdat sporters zich snel overbelasten. De patellapees – een pees rond de voorkant van de knie – wordt heel sterk belast bij sporters die vaak springen. Dat is logisch, want als je springt buig je vanuit je knieën. Andere plaatsen waar een pees vaak overbelast wordt is ter hoogte van de achillespees, voetstrekkers (de achterkant van je voet) en de voetbuigers (de voorkant van de voet) en ter hoogte van de onderbenen.’

Vroegtijdige kraakbeenletsel zijn ook heel voorkomend, vooral bij 30+’ers. Mensen van die leeftijd hebben gemakkelijk te kampen met kraakbeenletsels, vooral ter hoogte van de knieën en in mindere mate de enkels.

Gevoelige sprintsporters

Springsporters zijn erg gevoelig voor blessures omdat een sprong nu eenmaal een grote belasting met zich meebrengt. Daardoor ontstaan er overbelastingsletsels waarbij de verhouding tussen de opgelegde belasting en de belastbaarheid van een bepaald gewricht verstoord geraakt. ‘Bij springsporten is die belasting heel groot. Maar daar zijn oplossingen voor. Ze kunnen zich wapenen tegen die verminderde belastbaarheid door stabilisatieoefeningen die door het verhogen van de spiermassa gaan bijdragen tot een grotere stabiliteit en hogere belastbaarheid.’

Bij springsporten gaat de knie heel vaak plooien. Zeker bij het neerkomen. ‘Dit betekent dat er een belasting ontstaat door een trekkracht die uitgevoerd wordt op de patellapees, een kniepees. Zolang de verhouding tussen belasting en belastbaarheid gerespecteerd wordt, verdraagt de pees dit zonder probleem. Van zodra de springsporter zijn wekelijks trainvolume gaat opdrijven, dus als hij meer gaat springen per week, bestaat er een risico op een overbelastingsletsel. Zeker als de sporter het niet geleidelijk aan opbouwt’, aldus sportdokter Robin Vanhoudt.

Het plots verhogen van het trainingsvolume kan een overbelasting van die pees teweegbrengen. De pees geraakt dan ontstoken en dat is heel pijnlijk. Het kan ook gepaard gaan met een opstapeling van vocht op en rond de pees. Het enige wat je kan doen is veel rusten.

Van springen van daken, gebouwen en obstakels lager bij de grond, springen we naar iets hoger gelegen oorden. Want wat doet het lichaam precies bij het springen uit een vliegtuig? Is skydiven een moeilijke sport en wat doet het precies met ons lichaam?

De wereld ziet er klein vanop 4000 meter

‘Skydiven is een sport waar ik als sportarts weinig mee in contact kom. Dat komt omdat je geen medisch onderzoek moet ondergaan om aan skydiven te doen. Dat mag natuurlijk wel, maar dat is niet verplicht. Skydiven is een zuiver recreatieve sport. Voor de meeste beoefenaars van de sport is het gewoon een hobby en dus niks professioneel. Veel mensen die skydiven hebben het cadeau gekregen. Vandaar dat er geen medische screening gebeurt. Mensen die een cardiale voorgeschiedenis hebben wordt wel ten sterkste afgeraden om te skydiven’, zegt de sportdokter.’Ik denk niet dat het springen uit een vliegtuig een grote invloed heeft op de ademhaling. Hoe hoger je in de lucht gaat, hoe minder zuurstof er is. Maar hoe meer je daarop oefent, hoe meer vaardigheden je daarvoor ontwikkelt. Met andere woorden: je lichaam went aan het feit dat er minder zuurstof is hoog in de lucht. Oefening baart dus wel degelijk kunst.’

Psychische stress

‘Eens je in de lucht bent, maak je je klaar om te springen. Persoonlijk denk ik dat het springen zelf weinig belasting brengt op de hartspier. Maar omdat er veel psychische schade is, worden mensen met hartproblemen of mensen die een verhoogd risico op hart- en vaatziekten hebben, afgeraden om te skydiven. De psychische stress is een belangrijkere risicofactor dan het fysieke aspect, namelijk het springen op zich. De stress voor het springen weegt harder door dan het fysieke springen zelf. Daarom is het belangrijk om rustig te blijven’, vertelt dokter Robin Vanhoudt.

Skydiven voor dummies

Op een gemiddelde hoogte van 4.267 meter springt Mathias het vliegtuig uit. Daarna maakt hij een vrije val. Vanaf Mathias het vliegtuig uitspringt, doet hij tricks en beweegt hij zijn lichaam doorheen verschillende posities. Op 3.000 meter hoogte is hij nog steeds bezig met het tonen van truckjes. Rond de 1.068 meter moet onze skydiver zijn parachute opentrekken. Lukt hem dit niet, kan hij nog altijd gebruik maken van zijn reserveparachute die openspringt op 230 meter boven de grond.info

Top