Syriëstrijders

Hoe kan je ze tegenhouden?

“Er is wat polemiek ontstaan over de titel van mijn job”, vertelt Alexander Van Leuven, de radicaliseringsambtenaar in Mechelen. Het is trouwens al heel erg lastig om het woord uit te spreken – en wedden dat je er veel punten mee zou winnen indien je het kan plaatsen op een Scrabblebord – laat staan om iets te doen aan de uittocht van Vlaamse Syriëstrijders. “Mijn taak kan je dus eerder omschrijven als projectmanager positieve identiteit. Vele tieners in de puberteit worstelen met hun identiteit. Sommige jongeren die op zoek zijn naar zichzelf stoten dan bij hun zoektocht op propagandafilmpjes van Syriëstrijders. En dan willen ze daar naartoe trekken.” Sinds 1 november 2013 is Van Leuven dé ambtenaar die zich bezig houdt met de problematiek van Syriëstrijders in Mechelen. “Al moet ik wel zeggen dat we in Mechelen zelf nog niemand hebben zien vertrekken. Daarvoor moet je eerder in Vilvoorde en Antwerpen zijn.” Wat wij ook zullen doen, maar dat is voor later.

Jason McLarnin

Jason McLarnin

Beter voorkomen dan genezen

Alexander Van Leuven kent de moslimgemeenschap goed. Hij studeerde Sociaal Werk in Gent en vervolledigde zijn opleiding met een Master Antropologie. “Tijdens mijn stage mocht ik een kleine twee jaar rondlopen in de Brusselse kanaalzone, rond Molenbeek.” Dit was in 2010. Nu probeert hij met de hulp van middenveldorganisaties jongeren te omkaderen. Preventie en pro-actief bezig zijn dus. “Wij willen er eigenlijk vooral voor zorgen dat jongeren niet geïsoleerd raken.”

Is dit dan de manier van werken? Hen zo veel mogelijk omkaderen en tegenhouden om naar Syrië te vertrekken? “We zetten inderdaad heel veel in op preventie”, vertelt Van Leuven. Maar wat als jongeren niet meer naar school gaan of enkel nog voor de computer zitten? Wat als een tiener zich begint af te sluiten van de buitenwereld en enkel nog propagandafilmpjes van IS bekijkt? “Dat is het moment waarop wij overschakelen op een mayeutisch vraaggesprek. We stellen namelijk vast dat veel jongeren eigenlijk niet weten waar ze mee bezig zijn. Ze begrijpen niet helemaal waar de islam voor staat en door zo’n gesprek te voeren, leren de jongeren zelfstandig na te denken.” Een gesprek tussen een jongere op zoek naar raad en een figuur die autoriteit heeft. Of religieuze kennis. Maar vooral tussen een jongere en iemand die sociale vaardigheden heeft. Een gesprek gaat bijvoorbeeld als volgt:

Imam of persoon met autoriteit: “Ah, jij vertelt dat vrouwen moeten gestenigd worden als ze overspel spelen. Waar heb je dat gelezen?”

Jongere: “Dat staat in de Koran.”

Imam of persoon met autoriteit: “Nee, dat staat er niet in.”

Jongere: “Dat staat in de hadid , de overleving van hoe de profeet leefde.”

Imam of persoon met autoriteit: “Weet je welke hadid?”

Jongere: “Nee dat weet ik niet.”

Imam of persoon met autoriteit: “Wel, er zijn er een paar. Een die heel zwak is overgeleverd, een waar de eerste teksten maar van heel laat na de dood van de profeet dateren. Dus dat is eigenlijk niet zo’n betrouwbare bron. Heb je het vers gelezen? Weet je wat erin staat?”

Jongere: “Nee, ik kan geen Arabisch lezen.”

“Dankzij zo’n gesprek begint een jongere opnieuw kritisch na te denken”, legt Alexander Van Leuven uit. De boodschap is dus eigenlijk om duidelijk te maken aan de jongeren dat wat ze horen van ronselaars of van internetfilmpjes niet altijd waar is. “Als je hen zegt dat wat ze geloven niet correct is, dan zullen ze het niet willen geloven. Als je hen zelf erachter laat komen dat wat ze geloven misschien niet correct is, dan zullen ze dat sneller aannemen. Je ziet trouwens ook op die filmpjes dat jongeren zelf de vlag van de jihad omgekeerd vasthouden. Ze weten dikwijls niet wat ze vast hebben.”

Context is belangrijk

Waar het écht om gaat in de islam en in de jihad, dat kan Ahmed Azzouz goed uitleggen. Hij is inspecteur islamitische godsdienst bij de Vlaamse overheid. “Met het woord islam werd oorspronkelijk bedoeld ‘onderwerpen aan de wil van God’. Dus als een jood of een christen zich onderwerpt aan een god en goed handelt, is dat ook een moslim in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Jihad betekent dan weer ‘inspanning, moeite doen’. Iemand die een boek schrijft en moeite doet om kennis te verspreiden, voert op die manier ook een jihad. Er staat nergens in de Koran dat je onschuldige mensen mag doden. Wanneer ik in de koran een vers lees met een gewelddadige ondertoon, stel ik vast dat het altijd om zelfverdediging gaat. Het probleem is vooral dat extremisten enerzijds verzen uit de context halen en anderzijds zich vooral baseren op de hadid, terwijl die net niet zo betrouwbaar is. Sommige delen van de hadid ondermijnen verzen van de Koran, terwijl de Koran geopenbaard werd wanneer de profeet Mohammed nog leefde. De hadid kwam pas tot stand drie eeuwen nadat de profeet was gestorven. Sommige hadid worden beschouwd als sterk en betrouwbaar maar andere als onbetrouwbaar en er zijn er zelfs waarvan men zegt dat de overleveringen gelogen zijn. ”

Wetsvoorstel

Ook wettelijk gezien kan er bitter weinig gedaan worden om jongeren tegen te houden. “Voor minderjarigen kan een VOS-dossier opgesteld worden, een Verontrustende Opvoedings Situatie.” Identiteitspapieren van jongeren kunnen ook afgenomen worden, hoewel dit nog niet wettelijk is. “Als ouders er om vragen, dan gebeurt dat wel bij ons”, vertelt Hans Bonte (sp.a), burgemeester van Vilvoorde. Hij diende daarover eind november een wetsvoorstel in.

 

 

Maar op zich heb je helemaal geen papieren nodig om naar Turkije te kunnen reizen. “Met de wagen geraak je er ook. Het neemt enkel meer tijd in beslag dan met het vliegtuig. Je kan in principe gecontroleerd worden en je zou altijd geldige papieren in je bezit moeten hebben, maar ja. De kans dat je die effectief moet tonen op je weg naar Turkije is klein”, legt Bonte uit. Ook wordt eraan gedacht om de nationaliteit van Syriëstrijders af te nemen wanneer die beslissen om terug naar België te komen. De zogenaamde ‘huurlingenwet’ gebruiken. Liesbeth Indeherberghe, journaliste bij de VRT en experte op het vlak van juridische maatregelen voor Syriëstrijders, is niet echt overtuigd.

 

Angst van ouders

Wat volgens haar wel zou kunnen helpen, is om ook ouders te ondersteunen. Zij zijn, naast de jongeren, ook in zekere zin de eerste slachtoffers. Ze zien hun kinderen vaak in enkele weken of maanden radicaliseren en kunnen er vaak niets aan doen. Wanneer hun oudste zoon of dochter dan uiteindelijk beslist om te vertrekken, blijven zij achter met de angst dat hun jongere kinderen ook zullen vertrekken.

 

The real deal

Ahmed Azzouz pleit er op ook voor om het voorbeeld van Groot-Brittannië te volgen: het woord geven aan mensen die terug zijn gekomen en hen inschakelen bij de preventie. “Ex-Syriëstrijders mogen daar praten met jongeren die misschien wel naar daar zouden willen vertrekken. Zij vertellen hen dan hoe de situatie er op het terrein écht uitziet en leggen hen uit waarom ze beter niet zouden gaan strijden. Want naar iemand die daar is geweest en weet waarover hij het heeft, naar zo iemand zullen jongeren wel luisteren. En op die manier worden ze geconfronteerd met de psychische en fysieke gevolgen.” Azzouz neemt zelf vaak deel aan studiedagen voor leerkrachten over radicalisering. “Zij weten ook niet altijd hoe ze het probleem moeten aanpakken.” Imams zouden leerkrachten hierin kunnen ondersteunen maar het probleem is dat een groot deel van de vertrekkers geen band hebben met de moskee. Ahmed Azzouz legt uit: “De taal is een groot obstakel hierbij. Want veel jongeren begrijpen de taal, Arabisch, niet. Terwijl de imams vaak niet anders spreken en ook geen echte rol kunnen spelen. Maar aan de andere kant zijn zij daar ook niet echt voor opgeleid. sommigen van hen kregen ook maar een oppervlakkige opleiding. De sterk opgeleide imams hebben meestal een toekomst in hun eigen land. En hier kan je die op een hand tellen.”

Werk aan de winkel

Maar wat er eigenlijk écht zou moeten gebeuren, is het volgende: beter onderwijs en betere tewerkstelling voor moslimjongeren, of eerder voor mensen met migratie-achtergrond, zoals het tegenwoordig correcter wordt omschreven. “Moslims zijn het beu om zich zes keer te moeten bewijzen voordat ze aan een job geraken”, zucht Van Leuven. “Ook zien ze thuis niet echt een positief voorbeeld. Hun vaders en ooms zijn werkloos, dus waarom zouden zij moeite doen op school? Het dient toch voor niets, want het heeft hun vaders nergens gebracht. Ze missen een mannelijk rolmodel.”

Zelfs mensen van de vierde generatie migranten worden nog steeds op een hoop gesmeten met asielzoekers.Ahmed Azzouz

Ahmed Azzouz doet er nog een schepje bovenop: “Europeanen hebben nog steeds niet verteerd dat er een multiculturele samenleving tot stand is gekomen. Zelfs mensen van de vierde generatie migranten worden nog steeds op een hoop gesmeten met asielzoekers. Moslims voelen zich niet thuis. En dat moet veranderen.” Maar misschien is het probleem zelfs nog breder dan dat. Zo legt Alexander Van Leuven uit: “De helft van de jongeren die naar Syrië vertrekken zijn eigenlijk niet eens lid van de moslimgemeenschap. Het zijn bekeerlingen, mensen die net de islam als godsdienst hebben aangenomen.” Een retorische vraag dan maar om dit artikel te laten eindigen. Wat is er dan mis met de Belgische maatschappij, dat jongeren die zo graag willen verlaten?

Top