Bepaalt I.S. mee de identiteit van Vlaamse moslims?

De intellectuele bagage van Johan Leman en de ongezouten opinie van 3 ervaringsdeskundigen

De terreurbeweging ‘Islamitische Staat’ is niet meer uit het nieuws weg te slaan. Maar welk effect heeft dit op de Belgische moslimgemeenschap, en meer bepaald op de jongeren? Drie jonge moslims vertellen hoe zij de opkomst van IS zien en welk effect dit heeft op hun gemeenschap.

Onstaan IS


Jabir, Jamal en Imran zijn moslim, jong en hebben wel wat te vertellen over IS.
Jabir-JohriNaam: Jabir
Achternaam: Johri
Leeftijd: 20 jaar
Studierichting: communicatie
Land van herkomst: Marokko
Huidige woonplaats: Onze-Lieve-Vrouw Waver
Hobbies: voetbal, zwemmen, fitnessen
Naam: Jamal
Achternaam: Tayebi
Leeftijd: 25 jaar
Studierichting: Communicatiemanagement
Land van herkomst: Marokko
Huidige woonplaats: Mechelen
Hobbies: Sport
Naam: Imran
Achternaam: Achakkar
Leeftijd: 20 jaar
Studierichting: communicatie
Land van herkomst: Marokko
Huidige woonplaats: Bonheiden
Hobbies: zaalvoetbal

Johan Leman (68) is professor in de sociale en culturele antropologie en voormalig directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR). Ook studeerde hij filosofie, theologie en Oosterse filologie aan de KU Leuven. 10 jaar lang zette hij zich als directeur van het CGKR in voor migranten en minder bedeelden, kortom minderheden. Ook onze debatleden staven hun mening.

Volgens Leman doet de Belgische overheid er niet genoeg aan om ervoor te zorgen dat Belgische moslims zich geïntegreerd voelen in de maatschappij. Dit probleem is al lang aan de gang. Er moet bijvoorbeeld meer geïnvesteerd worden in een opleiding voor imams en ervoor zorgen dat zij niet alleen de officiële talen, maar ook de jongerentaal beter onder de knie krijgen. Dit in samenspraak met de grote moslimfederaties.

Toen Jamal Tayebi naar de lagere school ging had hij het in het begin niet gemakkelijk. Hij sprak Arabisch thuis en dan moest hij op school nog eens Nederlands spreken, terwijl er thuis ook Frans gesproken werd. ‘Ik zat op een school met uitsluitend autochtone jongeren. Iedereen had schrik van mij en ze zeiden niet veel. Vanaf het 2de jaar begonnen ze mij te aanvaarden en heb ik er goede vrienden aan overgehouden.’

In het middelbaar had hij vooral Belgische vrienden, maar vanaf hij naar de hogeschool trok, kreeg hij meer Marokkaanse vrienden. ‘Dat is ergens wel goed, zo vergeet je je roots niet. Als ik eerlijk ben kan ik met Marokkaanse vrienden praten over zaken die ik met Belgische vrienden niet bespreek. Vooral op het gebied van humor is er een verschil.’ Voor de rest is er volgens hem niet veel verschil tussen Belgen en Marokkanen.

Imran Achakkar, hier aan het woord

Imran Achakkar, hier aan het woord

Kijk naar Theo Francken, Staatssecretaris voor Asiel en Migratie… Die zegt dat de Marokkaanse en Turkse gemeenschap totaal geen meerwaarde heeft voor onze economie, dan weet je het wel.’Imran Achakkar

Imran Achakkar heeft zo zijn bedenkingen over het politiek systeem. ‘In het begin viel het qua multiculturaliteit allemaal wel mee. Maar nu met de extreem-rechtse regering is dat niet het geval. Kijk naar Theo Francken, Staatssecretaris voor Asiel en Migratie… Die zegt dat de Marokkaanse en Turkse gemeenschap totaal geen meerwaarde heeft voor onze economie, dan weet je het wel. Men zou iedereen gelijk moeten behandelen. We zijn allemaal Belgen, enkel onze afkomst verschilt.’

Ongelijke rechten

Leman vindt dat moslims in theorie evenveel rechten hebben dan andere gelovigen, maar in de praktijk niet. De mentale en feitelijke tegenstand tegen de islam is op sommige plaatsen zo hevig dat ze het zeer moeilijk hebben. In Vlaanderen is er op vele plaatsen weerstand tegen godsdienstigheid in het algemeen, maar de islam wordt ervaren als een minder seculiere godsdienst dan laat ons zeggen het christendom. De islam roept m.a.w. meer weerstand op dan andere godsdiensten. ‘Joden bijvoorbeeld zijn met veel minder dus minder voelbaar en minder bedreigend.’

Wanneer Jabir Johri op de tram zit merkt hij soms dat mensen geïntimideerd zijn als ze hem, een Marokkaan van 1.90 m, zien. Wie hem kent weet dat hij een heel zachtaardig persoon is. Tijdens het voetballen gebeurt het weleens dat hij racistisch of agressief benaderd word. ‘Ik reageer daar gewoon niet op. Eén keer heeft iemand me zo kunnen uitdagen dat ik hem met woorden op zijn plaats heb gezet. Toen wist hij niet wat te zeggen en heb ik het maar zo gelaten.’ Johri gelooft er sterk in dat geweld niks oplost.

‘Moslims worden onderdrukt. Moskeeën in België krijgen met moeite subsidies of een bouwvergunning, terwijl de Joodse gemeenschap enkele jaren geleden een kast van een museum kreeg. Uiteindelijk komt iedereen van dezelfde god. Waarom dan ook niet dezelfde rechten?’, vraagt Achakkar zich af.
Tayebi merkt wel dat er meer over de islam wordt gesproken. Het zijn vaak de Marokkanen die het gedaan hebben. In het middelbaar gebeurde het weleens dat er iemand naar hem kwam: “Jamal, geef je mijn mp3 terug?”, terwijl hij deze een minuut later in zijn boekentas terugvond. ‘Dat is soms wel frustrerend. We worden vaker geviseerd, dat is gewoon zo. Er zijn goede Marokkanen en slechte Marokkanen. De goede durven mensen al eens over het hoofd zien.’

Egoïstische media

‘Een ander probleem is dat de media producten creëren die moeten verkopen, liefst met een zo groot mogelijke oplage’, aldus Leman. Ze zoeken dus overal emotie en controverse op. Het is dus niet abnormaal dat de meest controversiële aspecten in de islam overbelicht worden. Het is de logica van de media. ‘Bijvoorbeeld: een trein mag 100 keer stipt op tijd aankomen, dit wordt nooit nieuws. Wanneer dezelfde trein de 101ste keer met 4u vertraging aankomt kan dit nieuws worden.’

Achakkar vindt dat de manier waarop de Belgische media over de islam berichten niet eerlijk is. ‘Wanneer het over Belgische moslims gaat in reportages gaan ze vaak op zoek naar de typische Marokkaan met zo’n Gucci-pet en een trainingspak aan.’ Volgens hem zouden ze het net zoals bij de Joden moeten vragen aan iemand met kennis van zaken, zoals een imam. ‘Bij de Joden praat één iemand voor de hele gemeenschap en bij moslims vragen ze het aan mensen op straat. Op die manier komt heel onze religieuze gemeenschap in een slecht daglicht te staan.’

Johri is van mening dat niet elke religie in België evenwaardig behandeld wordt, maar nuanceert wel. ‘Ik denk dat moslims worden geviseerd. Degenen die slecht in het nieuws komen verdienen het meestal wel, maar er is nog te veel stereotypering. De term Marokkaan of Turk wordt al veel minder gebruikt, dat is positief. Bijvoorbeeld het incident in de Carré, waarbij een Marokkaan een meisje met een fles in het gezicht sloeg. Toen stond er in de krant dat hij een Limburger was in plaats van een Marokkaan. Zo hoort het ook.’

Fout van de ouders?

Wanneer jonge moslimjongeren naar Syrië trekken om mee te gaan strijden, schuift Leman de schuld zelden door naar de ouders. ‘Ik denk niet dat we de ouders van de betrokken jihadisten massaal moeten beschuldigen. In vele gevallen is het contact met hun ouders niet optimaal, maar als iedereen die geen goede band heeft met zijn ouders jihadist zou worden… Opvoeding is volgens mij niet de reden van hun vertrek.’

Van kleinsaf aan kreeg Tayebi bepaalde principes mee waar hij in gelooft. In het lager onderwijs en middelbaar hebben zijn ouders hem een bepaalde richting ingestuurd. Zijn rapporten bekeken ze niet omdat ze geen Nederlands kunnen lezen. Hij moest dus al vrij snel zelfstandig zijn wat school betrof. ‘Wanneer hun kinderen werk hebben en genoeg geld, dan vertrekken mijn ouders terug naar Marokko. Dat is vaak zo, de oudere generatie die naar België komt gaat meestal terug naar Marokko.’

Profiel van een IS-strijder

Leman zegt dat er terugkomende elementen of eigenschappen verbonden zijn aan jongeren die naar het Midden-Oosten trekken om zich aan te sluiten bij IS. Ze zijn jong, gemiddeld 18 jaar. Ze vinden dat ze in België geen toekomst hebben. Ze zijn nog niet financieel verantwoordelijk voor een gezin waardoor ze eigenlijk naar niemand moeten kijken. Ze hebben meestal een zeer oppervlakkige kennis van de islam en bezoeken dan ook zelden de moskee. Ze lazen veel op het internet en op Facebook. Op die manier worden ze geïnformeerd over de islam en de islamitische landen. De meerderheid (80%) zijn jongens, meisjes trekken minder vaak naar oorlogsgebieden.

Waarom vertrekken ze?

Proportioneel gezien is België het Europese land met het meeste internet propaganda ten gunste van IS. Dit blijkt uit een studie van de universiteit van Milaan, die werd gevoerd van 1 juli tot 22 oktober. Ze analyseerden meer dan twee miljoen Arabischtalige berichten op de sociale media. In België bleek 31% van die posts een positieve mening ten opzichte van IS uit te drukken.

Sharia4Belgium

Tussen de 250 en 400 Belgische jihadisten trokken al naar Syrië. Hiermee zijn we ook ineens het Westerse land met in verhouding de meeste IS-rekruten. De extreme moslimorganisatie Sharia4Belgium, onder leiding van Fouad Belkacem, is hier één van de hoofdredenen van. Het grootste deel van de Belgische Syriëstrijders werd door hen opgetrommeld en ‘geïnformeerd’. Ondanks het feit dat Sharia4Belgium wettelijk ontbonden is, blijven ze actief. De organisatie wordt ervan beschuldigd banden te hebben met internationale groepen van jihadisten.

In het grootste terrorismeproces dat ons land ooit kende stonden 46 leden terecht. Op 26 november kon de advocaat van kopstuk Belkacem niet aanwezig zijn, waardoor de voorlopig laatste procesdag naar 10 december verplaatst is.

Geen amateurs

Een ander propagandamiddel van IS zijn de professioneel geregisseerde gruwelvideo’s in ware Hollywoodstijl. Massa-executies, onthoofdingen, toespraken,… steeds is alles tot in de puntjes voorbereid om de boodschap zo direct en intimiderend mogelijk over te brengen. Sommige jongeren kijken op naar de macht, relaties en mogelijkheden van IS, en worden daardoor beïnvloed.

Invloed van IS

‘Soms merk ik dat ik sinds de opkomst van IS anders behandeld word. Dit hebben we volgens mij aan onszelf te danken. Echte moslims zijn allemaal tegen IS. We zouden moeten opstaan en ons er samen tegen verzetten. Iedereen laat het gewoon begaan en dat lost niks op’, zegt Achakkar.
Tayebi merkt eigenlijk weinig verschil. Af en toe een incidentje is volgens hem echter onvermijdelijk. ‘Ik had eens een probleem in de bank en ging naar het loket. Terwijl ik mijn gsm uit mijn jas wou nemen, dacht de loketbediende dat ik een revolver ging bovenhalen en ze schrok naar achter.’ Dat zijn van die kleine anekdotes die Tayebi vaak meemaakt. Hij vindt niet dat alles sinds IS erg veranderd is. Er zullen altijd bekrompen mensen zijn, maar dat heeft hij leren aanvaarden.

‘Of IS ook België zal bereiken en voor dreiging zorgen? Als het waar is dat het jihadisme in geheel de Schengenzone op ongeveer 10.000 sympathisanten mag rekenen (en België ligt in de Schengenzone), dan mag men absoluut niet uitsluiten dat hier eens iets gebeurt. In het Joods museum is er trouwens al iets gebeurd. Alert blijven is de boodschap’, waarschuwt Leman.

Oplossingen

Om te voorkomen dat er nog meer Belgische moslimjongeren naar oorlogsgebieden trekken stelde Leman een paar werkpunten op:

  • Meer tewerkstelling.
  • Meer alternatieven voor wie werkloos is (sport, muziek, vrije tijd,…)
  • Betere begeleiding van de moskeeën om thema’s via sociale media bij de jongeren aan te brengen, via hun ‘taal’ en interesses.
  • Het optimaliseren van de opleiding van islamleerkrachten en van aalmoezeniers in de gevangenissen.

Wat met de terugkeerders?

Over Belgische moslims die terugkeren uit Syrië heeft Leman ook een mening. Hen correct behandelen is volgens hem een must. Als er bewijzen zijn dat ze daar misdrijven hebben gepleegd, moeten ze berecht worden als om het even wie. Anders is straffen onrechtvaardig. ‘Wel moeten ze met aandrang worden uitgenodigd om zich in sociaal en humanitair werk te engageren.’

Top